Pers

Dré Peeters plaatst zijn assemblages of affuiten; hij maakt er karretjes en zeilwagens van. Ze kunnen alleszins worden verplaatst. Doodskoppen, verschrikkingen en heel wat ballast van vroeger worden a.h.w. meegevoerd en bezworen. De dood rijdt mee. Het mechanisme, het fallische en de rompslomp van het verleden worden in een vreemdsoortige eenheid bijeengebracht. De werktekeningen bewijzen dat een weloverwogen concept aan de basis van dit curieus – prachtige werk ligt. Aanbevolen!

Gazet van Antwerpen – 21 februari 1981


 

Niet zelden doen deze assemblages aan een bezwering van stekelige elementen en duistere krachten denken, aan het bevreemdende van constructies van vreemde beschavingen zoals maskers en totems. Dré Peeters beschikt over een huiveringwekkende verbeelding.

Zijn assemblages zijn van een wat sombere, soms agressieve, maar altijd diepe schoonheid. De vormen, de kleuren en het patina van zijn onderdelen en materialen vloeien telkens samen in een magisch huwelijk. In feite wordt de geheimzinnigheid van zijn werken nooit helemaal prijsgegeven.

Gazet van Antwerpen – 26 juni 1987


 

De tentoonstelling van Dré Peeters in De Zwarte Panter is van een verrassend hoog niveau. Peeters is buiten het Antwerpse kunstcircuit relatief onbekend. Onterecht, zo bewijst hij nu. Peeters heeft onder de titel “L’entrepreneur” een aantal zwart afgebrande, houten varkentjes verzameld. Waarom varkens? “Omdat je als aannemer een beetje een varken moet zijn om iets uit de grond gestampt te krijgen,” antwoordt Peeters laconiek.

Op de met smalle loden reepjes beslagen varkens heeft Peeters figuren gemonteerd aan veren of in een soort van schietstoel. Niet zelden is het motief erotisch. Dré Peeters hekelt in zijn werk de godsdienst. “De twaalf apostelen” en “Het laatste avondmaal” halen het christelijk geloof over de hekel. Toch is Peeters geen wilde schopper. Zijn werk is subtiel en weloverwogen.

Luuk Rademakers – Het Belang van Limburg – 12 september 1989